6 + 1 Paradoxen


Net als bij de Fasen en de Niveaus spreken we hier van een ‘plus één’. De twaalf fasen die in de cirkel tegenover elkaar staan, vormen de zes tegenstellingen die hieronder beschreven worden. Maar er is nog een spanningsveld van een andere orde. Dat is de manier waarop we naar de cirkel zelf kijken. Als we hem in de tijd beschouwen (zoals bij de seizoenen) is dit een sequentiële benadering. De stappen zijn dan fasen. Als we hem in de ruimte bekijken (zoals de mens in de cirkel staat) dat is alles er tegelijkertijd en is er sprake van een synchrone benadering. De stappen zijn dan velden. Deze polariteit tussen tijd en ruimte ligt dus onder de andere zes spanningsvelden (Mutual Arising Principles) die als paradox kunnen worden verzoend. Omdat hij van andere orde is, spreken we van 6 + 1 paradoxen.

Zes Mutual Arising Principles als bron van verhalen

fases-tegenstellingenHet spanningsveld van tegenstellingen, waarin verhalen zich ontspinnen, noemen we het Mutual Arising Principle (MAP) – het principe van het gelijktijdig verschijnen van tegendelen. Anders gezegd: het is in zekere zin onvermijdelijk dat we constant verscheurd worden door de spanning tussen vrije wil en voorbestemd zijn, tussen onze tijdelijke en onze eeuwige kant, tussen ons kleinere belang en onze grotere plicht, tussen een ouder deel dat hetzelfde wil blijven en een nieuw deel dat daarvoor in de plaats wil komen.
Leiding nemen vanuit het bewustzijn van het Mutual Arising Principle betekent dat we ons er van bewust zijn dat iedere stelling name per definitie ook het tegendeel oproept. In die zin is leiding geven en nemen vaak het verantwoordelijkheid nemen voor gebeurtenissen die zich toch al gaan voltrekken. Het is het besef dat een heilig toeval ons op het juiste moment en in de juiste hoedanigheid heeft neergezet. Het is staan op de golf van de geschiedenis. We maken de golf niet zelf, we surfen erop en soms worden we er door meegesleept. Vrije wil en voorbestemming zijn twee kanten van dezelfde medaille. Want, de lotgodinnen geven leiding aan de willenden, degenen die zich verzetten sleuren ze mee (‘Ducunt volentem fata, nolentem trahunt’, Seneca). Altijd is er de uitdaging om tegelijk vrij én voorbestemd, onthecht én betrokken te zijn. De Vedische term hiervoor is ‘wandelen over de razor’s edge’.

Het Mutual Arising Principle is te vergelijken met het yin en yang principe van taoïsten. Het gaat om het besef dat alle krachtenvelden (of psychische fenomenen) zich manifesteren in complementaire velden die gelijktijdig in het leven worden geroepen. Ze vullen elkaar aan en hebben elkaar nodig. De meer Europese toevoeging is de nadruk op een derde, verbindende kracht. Zoals de ziel geplaatst kan worden als verbindende kracht tussen lichaam en geest. Deze onzichtbare verbindende kracht is mogelijk het geheim van leiderschap, van liefde, van wijsheid. We zullen er niet veel woorden aan besteden, maar wel het hele model bouwen rond deze onzichtbare werking die hele spiralen aan elkaar kan binden.

Het Mutual Arising Principle ligt ten grondslag aan verschillende polarisaties. Ze veroorzaakt ironie, dilemma’s en paradoxen. Een paradox verwijst naar een schijnbare tegenstelling doordat de niveaus van tegenstelling niet van gelijke orde zijn.

Mutual Arising Principles (MAP’s): het dubbele in de Double Healix

In het Double Healix Model zien we de Mutual Arising Principles als cruciaal spanningsveld van tegengestelde krachten in fasen die diametraal tegenover elkaar liggen. Zoals Sequentieel en Synchroon een uitdrukking zijn van een samenvattend principe ‘Tijdruimte’, zo werken achter de polariteiten ook verenigende principes die we hier willen noemen omdat ze helpen de dilemma’s, paradoxen en ironie van leiderschap beter te begrijpen. Hieronder zetten we de zes spanningsvelden op een rijtje en beschrijven welke krachten zich in elk daarvan uitdrukken.

Chaos en Orde –  fase 1 en fase 7
Dit is het krachtenveld van ‘Patroonvorming’. Het onderscheid tussen chaos en orde ontstaat omdat wij met onze hersenen altijd op zoek zijn naar patronen. Zolang we zoekend zijn noemen we het chaos. En op het moment dat we structuur herkennen, noemen we het orde. Een manifestatie ervan is bijvoorbeeld de spanning tussen anarchie en bureaucratie.
Als kind al ervaren we belangrijke tegenstellingen in onze behoeften. Enerzijds voelen we de behoefte om ons over te geven aan onze ouders, ze te vertrouwen, ons door hen te laten dragen en ons leven door hen te laten bepalen. Anderzijds hebben we de behoefte om onze autonomie te vormen, ons te verzetten en zelf controle te nemen over ons gedrag. Ook later in ons leven zullen we een weg moeten vinden in het spanningsveld tussen het vertrouwen op anderen en op onszelf, tussen het ons overgeven aan de gebeurtenissen en ons lot in eigen hand nemen, tussen het volgen van onze spontane intuïtie en het strak plannen van ons handelen. Bij leiderschap gaat het enerzijds om het geven van vertrouwen en anderzijds het behouden van controle.

Oorzaak en Gevolg – fase 2 en fase 8
Dit is het krachtenveld van de ‘Causaliteit’. Het onderscheid tussen oorzaak en gevolg is een ingreep van onze hersenen om het leven begrijpelijker te maken. Het krachtenveld van de causaliteit manifesteert zich in de spanning tussen bewegen en bewogen worden, spreken en luisteren, leiden en volgen. Het nemen van initiatief staat tegenover het volgen van anderen.
Als kind al ervaren we de spanning tussen zelf actief zijn en ons laten vervullen door de verhalen van anderen. Verwant hieraan is de spanning tussen spreken en luisteren, tussen actief en passief zijn, tussen in beweging brengen en bewogen worden. Later in ons leven speelt ook de vraag hoeveel we zelf kunnen veroorzaken en hoeveel we worden beïnvloed door anderen. Het is de spanning tussen handelen en ervaren, tussen competitie en samenwerking, tussen leiden en volgen. Als leider zullen we het belang van competitie en de individuele verantwoordelijkheid moeten verzoenen met het collectief belang, het belang van samenwerking en solidariteit.

Opbouw en Afbraak – fase 3 en fase 9
Dit krachtenveld en verbindende principe noemen we ‘Leven’ met een hoofdletter omdat het leven en dood met elkaar verbindt. Andere uitingsvormen zijn gezondheid en ziekte, goed en kwaad, synthese en analyse, wil en scherp bewustzijn.
Als kind genieten we van het opbouwen van ons lichaam door lekker eten en van de ervaring van welbevinden. Maar al snel ontdekken we de opwinding van het kapot maken en het veroorzaken van pijn. We ontdekken dat we soms schade moeten oplopen voor intense ervaringen, heftig genot en diepe inzichten. Als we ouder worden gaat het om de spanning tussen energie en uitputting,  tussen goed en kwaad, gezondheid en ziekte en uiteindelijk tussen leven en dood. Als we leiding gaan geven, aan onszelf en aan anderen moeten we de juiste spanning vinden tussen een positieve levenshouding en het kunnen (laten) voelen van urgentie, tussen aannemen en ontslaan van mensen. Het is de spanning tussen onze comfort zone en het zoeken van gevaar en pijn. We ontdekken dat groei soms moet worden omgezet in krimp om daarmee tot ontwikkeling te komen. Verwant hieraan zijn de spanningen tussen harmonie en dissonantie, synthese versus analyse, diffuus versus specifiek, wilskracht tegenover bewustzijn.

Divergentie en Convergentie – fase 4 en fase 10
Dit krachtenveld en verbindende principe noemen we ‘Zingeving’ omdat het onderscheid maakt tussen het vele en het éne, tussen dat wat afwijkt en dat wat samenbindt. Andere verschijningsvormen zijn spel tegenover ernst, diversiteit tegenover eenheid.
Als kind leren we genieten van de wereld van verschillen, we ontdekken ons anders-zijn dan anderen en tegelijk verlangen we naar wat ons verbindt en vooral naar samenhangende waarheid. We willen graag leren en verrast worden, maar ook graag verkondigen en zeker weten. De spanning in dit gebied ligt tussen onze behoefte aan ‘zinloze’ speelsheid en aan ‘zinvolle’ betekenisverlening. Het is de spanning tussen vrijblijvend brainstormen en tot een besluit komen. Als leider zullen we moeten vorm geven aan diversiteit binnen een herkenbare identiteit. We zullen met onze organisatie van gebeurtenissen moeten leren terwijl we wel op koers blijven. Het is de spanning tussen wat de verschillen in de wereld zijn en wat de overeenkomsten, tussen lichtvoetig en functioneel, tussen uniek en universeel, tussen het relatieve en het absolute.

Verzakelijking en Vergeestelijking – fase 5 en fase 11
Dit krachtenveld en verbindende principe noemen we ‘Zekerheid’. Het drukt zich uit in enerzijds de rationeel materialistische zekerheid en anderzijds de spirituele instinctieve zekerheid. Beide polen ervaren de tegenpool als niet-wezenlijk en illusionair (niet zeker, dus). Andere verschijningsvormen zijn resultaatgerichtheid tegenover principegerichtheid, concretisering tegenover abstractie, de bereidheid anderen te offeren tegenover de bereidheid onszelf te offeren, meetbaar tegenover onmeetbaar, lichaam tegenover geest.
Als jong kind of als lid van een ‘primitieve’ samenleving beleven we de tegenstelling tussen materie en geest nog niet zo sterk. De hele wereld is nog bezield. We praten tegen onze teddybeer alsof deze een geest heeft en geestelijke wezens als engelen, elfen of kabouters zijn bijna tastbaar. Maar bij het op gang komen van het rationele denken splitst de tastbare, rationele wereld zich van de ontastbare, geestelijke. De spanningsvelden die we dan leren hanteren, zijn die tussen lichaam en geest, tussen het logisch denken dat onze hersenschors top down oplegt aan het lichaam en het diep instinctief weten dat ons lijf oplegt aan onze hersenschors. Het is de spanning tussen de ervaring van ambitieuze maakbaarheid en nederig makende ervaring van voorbestemming. Dit leidt tot twee op spanning staande zekerheden: die van het rationele denken en die van het innerlijke zeker weten (bijvoorbeeld op basis van principes of geloofsovertuiging). Dezelfde krachten spelen dagelijks in de uitwisseling tussen de topdown genomen beleidsbesluiten en de bottom-up verschijnende krachten vanaf de werkvloer. Het is de spanning tussen het behoud van de macht tegenover de rebellerende krachten. Als leider zullen we deze krachten innerlijk moeten verzoenen. De spanning tussen verschillende soorten zekerheid herleiden we tot het Mutual Arising Principle van Verzakelijking en Vergeestelijking.

Centrum en Periferie – fase 6 en fase 12
Dit krachtenveld en verbindende principe noemen we ‘Lokalisatie’ en het drukt zich uit in de manier waarop we het centrum van de wereld ervaren. Vanuit de ene pool gezien zijn we zelf het hart van de kosmos, vanuit de andere pool is dat de zon, of god die om ons heen en in ons is. Andere verschijningsvormen van deze tegenstelling zijn hoofdkwartier tegenover vestigingen, binnen tegenover buiten, aanbod tegenover vraag, autochtonen tegenover allochtonen, passie tegenover compassie.
Als kind hebben we behoefte aan warmte, waardering, aandacht en bevestiging, maar we vinden het ook heerlijk om van onze ouders te houden, ze te bewonderen en te vereren. We vinden we het aangenaam om in het centrum van de belangstelling te staan, maar ook heerlijk om voor anderen te klappen. Als we ouder worden, vraagt het bewuste inspanning om de juiste balans te vinden tussen hoeveel aandacht we vragen en hoeveel we geven, hoeveel passie we ontwikkelen en hoeveel compassie. Als leider (innerlijk of uiterlijk) gaat het om vergelijkbare spanningen tussen het kleine eigenbelang of het belang van het geheel. Verwante polariteiten zijn centralisatie en decentralisatie, interne versus externe gerichtheid, zelf doen of delegeren, credit nemen of geven, egocentrisme of altruïsme, bediend worden of dienen, zichtbaar zijn of onszelf wegcijferen.

Back to Top